|
Description:
|
|
Wat ben ik?
Ik ben Gods Zoon, compleet en geheeld en heel, schijnend in de
reflectie van Zijn Liefde. In mij is Zijn schepping geheiligd en
eeuwig leven gegarandeerd. In mij is liefde geperfectioneerd, angst onmogelijk,
en vreugde gevestigd zonder tegenstelling. Ik ben het heilig thuis van
God Zelf. Ik ben de Hemel waar Zijn Liefde woont. Ik ben Zijn heilige
Zondeloosheid Zelf, want in mijn zuiverheid verblijft Zijn eigen.
Ons gebruik van woorden is nu bijna voorbij. Toch in de laatste
dagen van dit ene jaar dat wij samen, jij en ik, aan God hebben gegeven,
vonden wij een enig enkel doel dat wij delen. En dus heb jij je
met mij verenigd. Zodat wat ik ben, jij eveneens bent. De waarheid van wat
wij zijn is niet in woorden uittedrukken of te beschrijven. Toch kunnen wij
ons onze functie hier beseffen, en woorden kunnen hiervan spreken
en tevens onderwijzen, als wij de woorden in ons toelichten.
Wij zijn de brengers van verlossing. Wij aanvaarden onze rol als
Verlossers van de wereld, die door onze gezamenlijke vergeving, is
verlost. En dit, ons geschenk, is daardoor aan ons gegeven. Wij zien naar
iedereen als broeders, en nemen alles als vriendelijk en goed waar. Wij
zoeken geen functie die voorbij de poorten van de Hemel ligt. Kennis
zal terugkeren wanneer wij ons aandeel hebben gedaan. Wij hou-
den ons enkel bezig met het verwelkomen van de waarheid.
Onze ogen zijn het waardoor Christus' visie een wereld ziet verlost
van elke gedachte van zonde. Onze oren zijn het die de Stem van
God de wereld als zondeloos horen verkondigen. Onze geesten zijn het die
zich met elkaar verenigen als wij de wereld zegenen. En vanuit de
eenheid die wij hebben verworven roepen wij naar al onze broeders,
hen vragend om onze vrede te delen en onze vreugde te voltooien.
Wij zijn de heilige boodschappers van God die voor Hem spreekt, en
terwijl wij Zijn Woord dragen naar eenieder die Hij naar ons toe heeft ge-
zonden, leren wij dat Het in onze harten staat geschreven. En zo zijn onze
geesten veranderd omtrent het doel waarvoor wij kwamen en dat wij zoeken
te dienen. Wij brengen verheugende tijden naar de Zoon van God, die dacht
dat hij leed. Nu is hij verlost. En als hij de Hemelpoort open voor hem
ziet staan, zal hij binnentreden en in het Hart van God verdwijnen.
What Am I ?
I am Godâ??s Son, complete and healed and whole, shining in the reflection of His Love. In me is His creation sanctified and guaranteed eternal life. In me is love perfected, fear impossible, and joy established without opposite. I am the holy home of God Himself. I am the Heaven where His Love resides. I am His holy Sinlessness Itself, for in my purity abides His own.
Our use for words is almost over now. Yet in the final days of this one year we gave to God together, you and I, we found a single purpose that we shared. And thus you joined with me. So what I am are you as well. The truth of what we are is not for words to speak of or describe. Yet we can realize our function here, and words can speak of this and teach it, too, if we exemplify the words in us.
We are the bringers of salvation. We accept our part as Saviors of the world, which through our joint forgiveness is redeemed. And this, our gift, is therefore given us. We look on everyone as brothers, and perceive all things as kindly and as good. We do not seek a function that is past the gates of Heaven. Knowledge will return when we have done our part. We are concerned only with giving welcome to the truth.
Ours are the eyes through which Christâ??s vision sees a world redeemed from every thought of sin. Ours are the ears that hear the Voice of God proclaim the world as sinless. Ours the minds which join together as we bless the world. And from the oneness that we have attained we call to all our brothers, asking them to share our peace and consummate our joy.
We are the holy messengers of God who speak for Him, and carrying His Word to everyone whom He has sent to us, we learn that It is written on our hearts. And thus our minds are changed about the aim for which we came and which we seek to serve. We bring glad tidings to the Son of God, who thought he suffered. Now is he redeemed. And as he sees the gate of Heaven stand open before him, he will enter in and disappear into the Heart of God. |