|
Goed rekenonderwijs begint niet bij de vraag waarom een kind iets nog niet kan, maar bij de vraag wat een leerkracht precies moet doen om dat leren mogelijk te maken. In dit gesprek verschuift het perspectief daarom bewust van leerling naar professional: niet kinderen moeten “beter leren rekenen”, maar wij moeten kinderen beter leren rekenen. Hierover spreek ik met Wied Ruijssenaars en Anouk Kersten. Wied is emiritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met Cécile Ruijssenaars-Elshoff onder andere auteur van de boeken Berekend! en Eerste Hulp Bij Instructie. Anouk is leerkracht op De Uilenspiegel, een school voor ervaringsgericht onderwijs. Ze is ook rekencoördinator in opleiding.
Dat vraagt om vakmanschap. De gasten laten zien dat goed rekenonderwijs staat of valt met zicht op voorkennis, een heldere opbouw van procedures en het vermogen om doelgericht te kiezen wat wél en niet nodig is uit methode en curriculum. Juist daar wringt het volgens hen vaak: methodes zijn overladen, leerlijnen worden onvoldoende bewaakt en de overdracht tussen groepen is lang niet altijd vanzelfsprekend.
Tegelijk klinkt er ook een constructieve boodschap door. Rekenen hoeft niet droog of mechanisch te zijn. Betekenisvolle activiteiten, rijke contexten en aandacht voor welbevinden kunnen helpen, zolang ze verbonden blijven met expliciete instructie en stevige kennisopbouw. Wie kinderen wil laten rekenen in de wereld, moet eerst zorgen dat de bouwstenen aanwezig zijn.
Zo ontstaat een praktische maar belangrijke boodschap: vereenvoudig waar het kan, wees precies waar het moet. En houd als leerkracht de regie over het leerproces in de klas.
Kernpunten uit het gesprek
|