|
Leren lezen begint niet pas op het moment dat een kind letters aan woorden koppelt. Daarvoor ligt een minder zichtbaar, maar beslissend fundament: het bewust worden van klanken, woorden, zinnen en de manier waarop gesproken taal is opgebouwd. Wie dat fundament zorgvuldig legt, vergroot de kans dat kinderen later vloeiend leren lezen en spellen — en voorkomt dat zij al vroeg achterstanden oplopen die nog jaren kunnen doorwerken.
Marita Eskes en Marcel Schmeier schreven hierover het boek Van fonemisch bewustzijn naar beginnend leren lezen en spellen. Daarin werken zij een systematische opbouw uit van activiteiten en lessen die jonge kinderen voorbereiden op het leren lezen. Hun uitgangspunt is dat deze basis niet vanzelf ontstaat en ook niet afhankelijk zou moeten zijn van toevallige gewoontes in de klas. Goede instructie in de vroege jaren kan een groot verschil maken.
Opvallend in hun aanpak is de nadruk op kleine, concrete didactische keuzes: veel vragen stellen, alle leerlingen activeren, woorden expliciet uitleggen en hardop laten herhalen en systematisch opbouwen van eenvoudig naar complex. Daarmee is goed onderwijs niet alleen een kwestie van inhoud, maar ook van vorm. Het gesprek laat zien hoe sterk vroege taal- en leesdidactiek samenhangt met kansengelijkheid, succeservaringen en het voorkomen van onnodige leesproblemen.
Kernpunten uit de podcast:
|