|
Na de vraag wat publieke mobiliteit eigenlijk is, komt onvermijdelijk de volgende stap: hoe organiseer je het zo dat het ook echt werkt? In deze aflevering gaan Reinder Aukes (opdrachtgever, Flevoland) en Stephan Lammerts (opdrachtnemer, Zeeland) in op een vaak onderschat aspect van publieke mobiliteit: contracten en organisatievormen. Hun gezamenlijke boodschap is helder: goede intenties en mooie visies stranden vaak niet op gebrek aan ideeën, maar op verkeerde prikkels in contracten en governance. Wat er misgaat in veel systemen In veel regio’s is publieke mobiliteit opgeknipt in: - afzonderlijke contracten voor OV, WMO, leerlingenvervoer en flex
- per-rit betalingen die bundeling ontmoedigen
- systemen die elkaar beconcurreren in plaats van versterken
Het gevolg: lege stoelen, hoge kosten en reizigers die tussen systemen vallen. Wat Flevoland en Zeeland anders doen Reinder Aukes en Stefan Lammerts laten zien dat het ook anders kan: - door regie centraal te organiseren
- door vervoerders niet te belonen voor losse ritten, maar voor samenwerking
- door publieke mobiliteit te zien als één samenhangende voorziening
- door uitvoering en regie expliciet van elkaar te scheiden
In Zeeland leidt dit tot een systeem waarin OV, flex en doelgroepenvervoer elkaar aanvullen. In Flevoland wordt zichtbaar hoe integratie werkt — en waar de grenzen van het huidige model liggen. Cruciaal inzicht Publieke mobiliteit wordt niet beter door meer techniek of meer pilots, maar door andere afspraken. Deze aflevering laat zien dat contracten geen administratieve bijzaak zijn, maar een sturend instrument die bepalen of publieke mobiliteit een optelsom blijft — of een samenhangend systeem wordt. |